Als het leven pijn doet

LUDYK’s werkervaringsplekken [2]

VPTZHet is woensdagmorgen. De telefoon gaat en aan de melodie die afgespeeld wordt, hoor ik dat het een coördinator van de VPTZ moet zijn. “Goedemorgen Ludy”, hoor ik de stem aan de andere kant van de lijn zeggen. “Mag ik je iets vragen? Ik heb een aanvraag voor waken in een Zorgcentrum. Voor donderdag heb ik al iemand gevonden, zou jij vannacht of vrijdagnacht kunnen waken?” Ik rommel direct in mijn agenda en zie dat ik de volgende morgen geen afspraken heb staan. Dat betekent dat ik zou kunnen waken omdat er genoeg tijd is om de volgende morgen nog te kunnen slapen. “Nou, dat is erg fijn dat je al zo snel kan. Altijd fijn als iemand kan, als ik maar zo kort van te voren weet dat er gewaakt moet worden.” Samen wisselen we informatie uit over de meneer waarvoor gewaakt moet worden. Bijvoorbeeld of meneer nog bij kennis is, of er familie aanwezig is op het moment dat ik in het Zorgcentrum binnen kom, de zaken waar ik aandacht voor moet hebben, of er zaken zijn die meneer heel prettig of heel vervelend vind (aangeraakt worden of gesprekken) en praktische zaken zoals ‘waar kan ik koffie en thee halen?’ en wie moet ik waarschuwen wanneer dat nodig is. Gelukkig heeft elke coördinator al een uitgebreid gesprek gehad met de verzorgende / mantelzorgers die de aanvraag hebben ingediend. Het gesprek wordt afgesloten af door de opmerking dat ik altijd mag bellen als er nog vragen zijn en dat de volgende ochtend na het waken de coördinator mij opbelt om te horen hoe de nacht verlopen is en of er nog nieuwe wetenswaardigheden zijn voor degene die de volgende nacht gaat waken. Ik plan gelijk voor de middag 2 uur slapen in. Gelukkig kan ik goed voorslapen. Om ingezet te worden voor waken blijft voor mij het meest bijzondere wat ik voor de VPTZ kan en mag doen.

De meeste inzetten hebben zo hun eigen bijzonderheden en schoonheid en brengen mij bij mensen die zeer geholpen zijn met mijn aanwezigheid in de thuissituatie. De mantelzorger kan even weg om zo te zeggen zijn/haar eigen ding te doen en kan in alle rust en vertrouwen de zorg voor de geliefde uit handen geven. Samen met de cliënt kijk ik wat prettig is om te doen. Houdt iemand van een praatje, of luisteren we naar muziek, is er behoefte om voorgelezen te worden, of is juist stilte het grootste verlangen? Het kan en mag er allemaal zijn. Er ontstaan dierbare contacten met mensen die voorheen totaal vreemden voor me waren. Ook met de mantelzorger die terugkomt vindt nog even een gesprekje plaats; hoe was het uitstapje en zijn er nog andere dingen die gedeeld willen worden? En wanneer het tijd is, nemen we afscheid tot de volgende week. Deze soort van inzet kan soms lang duren en elke keer als ik ga, kijk ik er weer naar uit als naar een vriend die ik elke week ontmoet.

Anders is dat wanneer ik ga waken. Bij een aanvraag voor waken krijgt de aanvrager drie nachten waarvoor de VPTZ drie verschillende mensen inzet om ieder een nacht te kunnen waken. Anders gezegd; de cliënt moet echt op sterven liggen. En de familie laat weten dat ze het nodig hebben om de zorg over te geven zodat zij zelf tot rust kunnen komen. Vaak is de familie al lang met het stervensproces van hun geliefde bezig en zijn ze redelijk uitgeput geraakt. Om na het overlijden van hun geliefde alle andere zaken die nog geregeld moeten worden te kunnen volbrengen, nemen wij de nachtelijke taak van het waken van hen over. Over het algemeen verlopen deze nachten in diepe stilte waarbij ik al hakend en/of lezend mijn gedachten en aandacht deels bij de stervende houd. Ik zit vlak naast of een eindje verderop bij de stervende. Dit overleg ik met de mantelzorger of de nachtzorg van een zorgcentrum.

Tijdens deze wake was zachte voelbare aanwezigheid gewenst. Dus bij onrust leg ik dan even mijn hand op de arm van de cliënt, zodat de onrust verdwijnt. En tijdens deze nacht is de cliënt overleden. Elke keer als dat gebeurt voel ik me vereerd dat ik erbij mocht zijn, bij deze bijzondere overgang van leven naar dood. Van onrust naar diepe rust. Om mee te mogen maken dat het afscheid genomen is en de diepe intense rust plek gekregen heeft. Alsof het lichaam nog wil zeggen ‘het is volbracht’.

Nadat ik de nachtzorg wakker heb gemaakt en verteld heb dat meneer overleden is, de huisarts gewaarschuwd heb en de naasten bij hun overleden geliefde zijn aangekomen, deel ik met hen de laatste momenten van het leven van hun geliefde en hoe hij is overgegaan naar het dodenrijk. Hoe die er voor de ander ook uit zal zien. Het zijn wondere nachten, waar ik met diep respect en voldoening naar terug kijk. Ik mag even mee tot aan de grens van leven en dood en zie ze vertrekken naar de andere kant. En net als geboren worden doet iedere mens dat op de eigen manier.

2 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.